De ontwikkeling van het Marokkaanse voetbal behoort de laatste jaren tot de meest indrukwekkende van Afrika. De nationale ploegen boeken historische resultaten en de jeugdopleiding levert steeds meer talent af. Maar juist binnen die succesvolle periode ontstaat een opmerkelijke tegenstelling: Marokkaanse trainers leveren resultaten, terwijl de voetbalbond toch regelmatig opnieuw kiest voor buitenlandse coaches.
De vraag is daarom gerechtvaardigd: waarom krijgen buitenlandse trainers telkens opnieuw het voordeel van de twijfel, terwijl Marokkaanse trainers op het veld al hebben bewezen dat zij internationaal kunnen presteren?
O17: van Said Chiba en Nabil Baha naar een buitenlandse keuze
Bij Marokko O17 zagen we wat lokale trainers kunnen bereiken.
Said Chiba leidde Marokko naar de finale van de Afrika Cup O17 en vervolgens naar de kwartfinale van het WK. Daarna kwam Nabil Baha. Ook hij leverde: Marokko won onder zijn leiding de Afrika Cup O17 en bereikte opnieuw de kwartfinale van het WK.
Twee Marokkaanse trainers, twee sterke internationale trajecten.
Je zou verwachten dat dergelijke prestaties het vertrouwen in de eigen trainers alleen maar zouden vergroten.
Toch koos de bond vervolgens voor de Portugees Tiago Lima Pereira. Die keuze leverde niet de gehoopte vooruitgang op. Marokko kwam onder hem niet verder dan de halve finale en eindigde uiteindelijk als vierde na de nederlaag tegen Egypte in de wedstrijd om de derde plaats.
Niet veel later kwam er alweer een einde aan de samenwerking en werd Ahmad Kantari aangesteld.
Dat roept een simpele vraag op: waarom was het bewezen succes van Marokkaanse trainers niet voldoende om de continuïteit te bewaren?
O20: waarom geen Nabil Baha?
Bij Marokko O20 wordt die vraag nog relevanter.
Mohamed Ouahbi heeft laten zien wat een Marokkaanse trainer met deze generatie kan bereiken. Hij leidde Marokko naar de finale van de Afrika Cup O20 en vervolgens naar een historische wereldtitel op het WK.
Toen Ouahbi doorschoof richting het A-elftal, leek er een logische opvolger beschikbaar: Nabil Baha.
Baha had immers al een Afrika Cup met O17 gewonnen en zijn ploeg naar de kwartfinale van het WK gebracht. Hij kende bovendien de Marokkaanse voetbalstructuur, de spelers en de filosofie die de bond de afgelopen jaren probeert op te bouwen.
Toch werd voor een andere richting gekozen.
De Fransman Ludovic Batelli, inmiddels boven de zestig, kreeg de verantwoordelijkheid. Een opmerkelijke keuze, zeker gezien zijn recente loopbaan. Zijn passages in onder meer Algerije, Ivoorkust en de Verenigde Arabische Emiraten hadden niet geleid tot een reeks resultaten die hem vanzelfsprekend boven de succesvolle Marokkaanse kandidaten plaatsten.
Daarmee ontstaat opnieuw dezelfde fundamentele vraag:
Op basis van welke sportieve criteria krijgt een buitenlandse trainer voorrang op een Marokkaanse coach die recent aantoonbaar succes heeft geboekt?
Het gaat daarbij niet om het paspoort van een trainer. Een uitstekende buitenlandse trainer moet uiteraard welkom zijn wanneer hij aantoonbaar iets toevoegt.
Maar het probleem ontstaat wanneer het lijkt alsof een buitenlandse naam automatisch meer krediet krijgt dan een Marokkaanse trainer met betere recente resultaten.
O23: dezelfde discussie
Ook bij O23 hebben we gezien dat Marokkaanse trainers resultaten kunnen boeken.
Issame Charaï won met Marokko de Afrika Cup O23. Toch kwam er daarna een einde aan zijn periode.
Zijn opvolger werd gelukkig opnieuw een Marokkaan: Tarik Sektioui.
En wat gebeurde er?
Marokko pakte historisch brons op de Olympische Spelen van Parijs. Sektioui bevestigde vervolgens opnieuw zijn kwaliteiten met successen in andere competities.
Daarmee wordt het moeilijker om vol te houden dat Marokkaanse trainers onvoldoende ervaring, tactische kennis of internationale kwaliteit zouden hebben.
Als een buitenlandse trainer ondertussen mag blijven zitten na teleurstellende resultaten — zelfs tegen een ploeg als Libië die onder moeilijke omstandigheden en in korte tijd werd samengesteld — dan moet de bond kunnen uitleggen waarom voor hem andere maatstaven lijken te gelden.
Het probleem is niet dat een trainer buitenlands is
Dit debat moet niet veranderen in een discussie van Marokkaan tegen buitenlander.
Dat zou te eenvoudig zijn.
Als morgen een Spaanse, Franse, Portugese of Argentijnse trainer beschikbaar is met uitzonderlijke expertise en een bewezen staat van dienst in jeugdontwikkeling, dan moet Marokko daar absoluut naar kijken.
De echte vraag is:
Waarom een buitenlandse trainer halen wanneer een Marokkaanse trainer dezelfde functie aantoonbaar beter heeft uitgevoerd?
Marokko investeert enorm in infrastructuur, scouting, academies en spelersontwikkeling. De volgende stap moet zijn om dezelfde ambitie te tonen bij de ontwikkeling van trainers.
Een voetbalnatie wordt namelijk niet alleen groot door spelers te exporteren.
Ze wordt pas echt groot wanneer ze ook haar eigen trainers ontwikkelt, vertrouwen geeft en naar het hoogste niveau laat doorgroeien.
De resultaten spreken voor zich
De recente successen.
Walid Regragui met A won Afrika-Cup met Marokko en halve finale WK
Said Chiba bereikte met O17 een Afrika Cup-finale en een WK-kwartfinale.
Nabil Baha won met O17 de Afrika Cup en bereikte de kwartfinale van het WK.
Mohamed Ouahbi bereikte met O20 de Afrika Cup-finale en werd wereldkampioen en kwartfinale op het WK met A elftal.
Issame Charaï won met O23 de Afrika Cup.
Tarik Sektioui pakte met Marokko olympisch brons en boekte daarna opnieuw grote successen zoals het winnen van de CHAN en Arab Cup.
En juist daarom moet de Marokkaanse voetbalbond zichzelf een moeilijke vraag stellen.Waarom zoeken we zo vaak buiten Marokko naar oplossingen die we binnen onze eigen voetbalstructuur al hebben?
Het succes van het Marokkaanse voetbal van de afgelopen jaren laat één ding steeds duidelijker zien: Marokko produceert niet alleen uitstekende voetballers.
